Klimaatfonds

Henri Bontenbal
7 min readJul 4, 2023

Inbreng Plenair Debat over het Klimaatfonds d.d. 4 juli 2023

Voorzitter,

Het kabinet richt een Klimaatfonds van 34 miljard euro op om investeringen in klimaatmaatregelen te kunnen financieren. Vandaag spreken we over de Instellingswet die dit fonds mogelijk maakt. In mijn bijdrage wil ik de volgende vragen beantwoorden.

  1. Is het verstandig om zoveel geld te investeren in klimaatmaatregelen?
  2. Is de verdeling van het geld rechtvaardig?
  3. Is het verstandig om dit via een klimaatfonds te doen?

1. Is het verstandig om zoveel geld te investeren in klimaatmaatregelen?

Laat ik de vraag of het verstandig is om zoveel geld te investeren in klimaatmaatregelen maar meteen zo scherp mogelijk formuleren. In het debat over het aanvullende klimaatpakket vroeg de PVV tot hoeveel minder opwarming het aanvullende klimaatpakket zou leiden en de minister antwoordde toen: met 0,000036 graden. De reacties — binnen en buiten deze Kamer — waren voorspelbaar: hoe kunnen we zo dom zijn om tientallen miljarden te besteden aan 0,000036 graden minder opwarming? Kunnen we dat geld niet beter besteden?

Omdat mijn fractie dit klimaatbeleid steunt, wil ik hier ook rekenschap geven waarom wij dit beleid steunen.

Ten eerste vinden wij klimaatbeleid hard nodig. De wereld is op koers richting gevaarlijke klimaatverandering en wereldwijd wordt nog steeds te weinig geïnvesteerd in de maatregelen die nodig zijn om de meest gevaarlijke klimaatverandering af te wenden. Met het coalitieakkoord en de daarin beschreven doelstellingen willen we als coalitie onze eerlijke bijdrage leveren aan deze mondiale inspanning.

Daarbij hanteren wij onze kernwaarden als uitgangspunten. De kernwaarde gerechtigheid betekent voor ons dat Nederland op het wereldtoneel haar rechtvaardige bijdrage moet leveren aan de oplossing van het klimaatprobleem, met inachtneming van de mogelijkheden (de mate van welvaart, beschikbaarheid van natuurlijke hulpbronnen, etc.) die verschillende landen hebben. Gerechtigheid betekent ook dat de kosten en opbrengsten van het klimaatbeleid in Nederland zelf eerlijk, naar draagkracht, worden verdeeld. Hierbij geldt ons principe dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. U hoort hierin onze kernwaarde solidariteit terugkomen. Rentmeesterschap betekent dat we enerzijds zorg dragen voor onze leefomgeving en de aarde, zodanig dat we recht doen aan de volgende generaties, maar ook dat we dat in financieel opzicht verstandig doen. Bijvoorbeeld door ook de economie als gezonde economie door te geven aan volgende generaties. We hanteren daarbij het ordeningsprincipe van gespreide verantwoordelijkheid, waarmee we uitdrukken dat verantwoordelijkheid moet worden genomen op het meest passende niveau.

Wat is dan vervolgens een rechtvaardig aandeel in de mondiale inspanning om klimaatverandering te beperken? Daarover kun je een boek schrijven, dus ik beperk me tot de volgende opmerkingen.

Nederland behoort nog steeds tot de meest welvarende landen ter wereld. Het aandeel van Nederland in de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen is ongeveer 0,4%. Om dat goed in perspectief te zetten, zijn ook de volgende cijfers belangrijk: het aandeel van de Nederlandse bevolking in de wereldbevolking is 0,22% en het aandeel van de Nederlandse economie in de wereldeconomie is 1,04% (van het GDP).

Zet een heel groot getal (34 miljard euro) naast een heel klein getal (0,000036 graden) en het is niet moeilijk om daar een karikatuur van te maken. Dat moeten we niet doen en daarom is het belangrijk dat we de juiste vergelijkingen maken.

Ten eerste. Elke tiende graad opwarming van de aarde betekent een hoop extra ellende wereldwijd. Investeren in het beperken van klimaatverandering is niet alleen een morele kwestie, maar ook economisch verstandig beleid, zo laten verschillende studies zien. Niets of te weinig doen aan klimaatbeleid levert op de langere termijn veel schade op, ook economisch.

Ten tweede. Nederland is absoluut niet het enige land dat investeert in klimaatmaatregelen. De wereld komt wel degelijk in actie. De IEA schat dat de wereldwijde investeringen in schone energie in 2023 stijgen naar 1.700 miljard dollar. Daar komen alle andere klimaatmaatregelen nog bij. Vorig jaar investeerde China 546 miljard dollar in wind, zon, elektrische auto’s en batterijen.

Wereldwijd wordt ongeveer 2,5% van het GDP geïnvesteerd in het energiesysteem. Om klimaatneutraliteit te bereiken in 2050, zou dat aandeel naar 4,5% van het GDP moeten.

Dan het klimaatfonds van 35 miljard. De uitgaven daarvan worden komende 10 jaar gedaan. Dus laten we zeggen dat de uitgaven gemiddeld zo’n 4 miljard per jaar betekenen. Dat komt bovenop de uitgaven die in de begrotingen van de departementen voor klimaatmaatregelen staan. Laten we er voor het gemak van uitgaan dat dat bij elkaar ook optelt tot 4 miljard per jaar. Dan zijn de uitgaven van het Rijk de komende jaren zo’n 8 miljard euro per jaar.

Als we de Miljoenennota van 2023 erbij pakken, dan zien we 395 miljard aan de uitgavenkant staan; 106 miljard voor de zorg, 102 miljard voor sociale zekerheid, 48 miljard voor onderwijs, cultuur en wetenschap, 17 miljard voor justitie en veiligheid, 15 miljard voor defensie.

Acht miljard per jaar voor klimaatmaatregelen is 2% van de Rijksbegroting. Is dat veel? Is 2% van de Rijksbegroting besteden aan klimaatmaatregelen te veel? Aan maatregelen die over de toekomst van de wereld gaan, de toekomst van ons land, de toekomst van onze jongeren, de toekomst van onze economie? Nee, voorzitter, nee!

Het is zoals econoom Mathijs Bouman in zijn column in het FD schreef: de redenering dat onze bijdrage niks uitmaakt, is van dezelfde morele kwaliteit als ‘Ik kan mijn motorolie in het riool laten lopen, want een beetje maakt toch niet uit.’

Minstens zo belangrijk is het om te beseffen dat de miljarden euro’s voornamelijk in onze eigen economie worden gestoken. We steken nu nog miljarden in het kopen van fossiele brandstoffen wereldwijd. Dat geld gaat dus naar het Midden Oosten, Noorwegen, de Verenigde Staten en tot voor kort ook naar Rusland. Zo importeerde Nederland in 2021 voor 16 miljard euro aan olie en gas uit Rusland.

Investeren in de energietransitie betekent investeren in onze eigen economie. Daar eten veel mensen brood van. Heel concreet betekenen deze miljarden aan investeringen dat alle mensen in Nederland die technisch, praktisch geschoold zijn, altijd werk hebben en een goed salaris verdienen de komende jaren. Ze mogen aan de slag met energiebesparing, kabels en buizen leggen, grote installaties ombouwen.

Dus ja, voorzitter, ik verdedig deze uitgaven aan klimaatbeleid. Het is een morele plicht en het is economisch verstandig beleid.

2. Is de verdeling van het geld rechtvaardig?

Met het WRR-rapport over klimaatrechtvaardigheid in de hand is door sommige partijen in de Kamer de afgelopen weken vaak betoogd dat het klimaatbeleid onrechtvaardig zou zijn, want de miljarden zouden als subsidie vooral naar de industrie gaan. Ook hier is de vraag: klopt dit frame? Nee, voorzitter.

Ten eerste laat een snelle blik op de verdeling van de middelen in het klimaatfonds zien dat er relatief veel geld gaat naar de gebouwde omgeving. De gebouwde omgeving krijgt 7 miljard uit het fonds toebedeeld, zo’n 21% van het fonds dus. Terwijl de relatieve uitstoot van de gebouwde omgeving op het totaal zo’n 14% is. Er gaat dus relatief veel geld naar de gebouwde omgeving. Dat geld gaat dus naar huishoudens om hun woning te kunnen verduurzamen.

Daarnaast is het ook verstandig om juist in die sectoren te investeren waar de maatregelen het meest kosteneffectief zijn. Daarmee bereiken we tegen de laagste kosten onze klimaatdoelen en dat betekent dat we geld overhouden voor andere zaken die we belangrijk vinden. Zoals het verhogen van het minimumloon, bijvoorbeeld, of de terugkeer van de basisbeurs voor studenten. Kosteneffectief klimaatbeleid is dus ook rechtvaardig klimaatbeleid.

Ten derde moeten de uitgaven ook altijd in de context gezien worden van alle andere beleidsmaatregelen in de verschillende sectoren. Neem de verduurzaming van de industrie. Ja, er is een paar miljard gereserveerd voor de maatwerkafspraken. De industrie wordt echter vooral via beprijzing en normering gestimuleerd — je zou het ook gedwongen kunnen noemen — om te verduurzamen. Bijvoorbeeld via het Europese emissiehandelssysteem. Vorig jaar betaalden bedrijven met elkaar meer dan een miljard voor emissierechten en dat geld belandde in de Nederlandse schatkist. De extra nationale CO2-heffing gaat komende jaren ook z’n werk doen.

Als het over klimaatrechtvaardigheid gaat, moeten we niet de fout maken door alleen naar het klimaatfonds en subsidies te kijken. Eén van de belangrijkste maatregelen om juist de huishoudens met de kleinste portemonnee te helpen, is de normering van de energiezuinigheid van huurwoningen. De minister van WRO heeft Nationale Prestatieafspraken met de woningcorporaties gemaakt. Daarin is voor 46 miljard euro aan investeringen afgesproken voor verduurzaming en verbetering van huurwoningen in de periode 2022 tot 2030. Dat wordt gefinancierd uit de afschaffing van de verhuurdersheffing van 1,7 miljard per jaar. Corporaties gaan al hun woningen met een E-, F-, of G-label tot en met 2028 versneld verduurzamen. Huurders krijgen geen huurverhoging, maar wel een fors lagere energierekening. Dat is klimaatrechtvaardigheid!

3. Is het verstandig om dit via een klimaatfonds te doen?

Tot slot de vraag of het verstandig is de uitgaven aan klimaatmaatregelen via een klimaatfonds te doen. De voordelen zijn geschetst in de Memorie van Toelichting en die voordelen onderschrijven wij ook.

De voordelen zijn dat de coördinerend minister het overzicht en de integraliteit van alle klimaatuitgaven kan waarborgen. Een fonds geeft daarnaast de mogelijkheid het budget te schuiven naar volgende jaren. De Kamer krijgt een totaaloverzicht van alle klimaatuitgaven uit het fonds.

Wat betreft de doelstellingen die geformuleerd zijn voor uitgaven uit het Klimaatfonds, heb ik twee vragen.

1. Is het wenselijk om ook onderzoek en innovatie naar schone energietechnologieën op te nemen in de doelstellingen van het klimaatfonds? We besteden nu nog steeds te weinig aan fundamenteel en toegepast onderzoek en innovatie op het gebied van energie en klimaat. Terwijl uit allerlei onderzoeken blijkt dat investeren in onderzoek en innovatie fors rendeert. Kan de minister aangeven of het Klimaatfonds hiervoor ook gebruikt kan worden?

2. Maatregelen voor de landbouw worden uitgesloten van dit fonds. Maar hoe zit dat met bijvoorbeeld de productie van groen gas? Daar zit belangrijke klimaatwinst, maar ook winst t.a.v. stikstof. Hoe zorgen we ervoor dat in de stimulering van dit soort technologieën integraal naar alle baten gekeken wordt en wordt voorkomen dat dit soort technologieën door de verkokering buitenboord valt? Doelmatigheid moet hier breed worden geïnterpreteerd.

Tot slot, voorzitter. Het klinkt misschien vreemd, maar mijn grootste zorg bij het Klimaatfonds is niet dat er teveel geld wordt uitgegeven, maar dat er te weinig geld kan worden uitgegeven. Want projecten moeten uitvoerbaar zijn in de praktijk en juist in die praktijk zien we schaarste aan netcapaciteit, schaarste aan technisch personeel, lange vergunningsprocedures en het probleem van stikstof. Daarom is mijn laatste vraag: wat gaan we doen als de uitgaven achterblijven?

--

--